Hoe groot is onze betrokkenheid?

Categories: Nieuws

 

Een woordje van deken Jo

Hoe groot is onze  betrokkenheid?

 

Vrienden,

 

Onlangs drukte een vriend-priester tegenover mij een bezorgdheid uit die in mijn hoofd is blijven hangen. Het ging over de zondagseucharistie. Hij vroeg zich af hoe we de aanwezigen zouden kunnen brengen tot een beter antwoorden op de zegenwensen, gebeden en oproepen die tijdens de viering klinken.

 

Ik heb op deze vraag geen kant en klaar antwoord. Ja, ikzelf probeer goed mee te doen in de viering en kan maar hopen dat allen die in de kerk aanwezig zijn dat ook willen doen.

 

Misschien wringt daar wel het schoentje. Beseffen we wel voldoende dat de eucharistieviering geen zaak is van de voorgangers, lectoren, misdienaars, enz. alleen? Maar, dat wij allen het zijn die de viering maken? Ons woordgebruik verraadt dat we het actief en bewust deelnemen aan de viering nog teveel reserveren voor een groepje mensen dat iets doet in die viering: het koor, de misdienaars, de lectoren, de voorganger, de organist, enz.  Hoe vaak hoor je niet zeggen: ‘Hij doet zijn mis mooi!’ Dat is natuurlijk een compliment voor de priester, maar het geeft ook aan dat we niet beseffen dat niet hij alleen ‘celebreert’ maar wij allen. Het is immers de hele gemeenschap die de eucharistie viert, niet de priester alleen. In dezelfde lijn ligt de volgende uitspraak. ‘Het koor luistert de eucharistie op’. Dat betekent dat de liturgie op zich eigenlijk niet luisterrijk is dat je een koor nodig hebt om de luister wat op te krikken. Door zo te spreken plaats je het koor eigenlijk buiten de vierende gemeenschap en dat is geenszins de bedoeling van de Kerk. Koorleden, lectoren, misdienaars, organisten, priesters, diakens, kosters, enz. maar ook alle aanwezigen zouden goed moeten leren beseffen dat zij deel uitmaken van één grote vierende gemeenschap en er niet ‘boven’ of ‘buiten’ staan, er volop ‘in’ staan!

 

Iets dergelijks kunnen we ook zeggen over de andere aanwezige christenen. Als zij erbij zitten alsof ze naar een optreden gaan, dan klopt er iets niet. Voor de liturgie is er immers geen publiek! Iedereen die aanwezig is heeft zijn eigen rol en moet niet meer of niet minder doen dan wat hem/haar toekomt. Nu is het de eigen rol van de eucharistie vierende gemeenschap dat zij luid en krachtig antwoordt op de gebeden, de lezingen, de zegenwensen en oproepen die in de liturgie klinken. Niet antwoorden in de liturgie is problematisch en getuigt van een gebrek aan betrokkenheid bij wat er gebeurt. Trouwens, gaat het ook niet zo in onze intermenselijke contacten? Als iemand je aanspreekt dan geef je toch ook een antwoord!

 

Ik pleit ervoor dat we elkaar een spiegel zouden voorhouden in de liturgie. Als ik meezing en meebidt en degene die naast mij zit doet dat niet, dan is wat ik doe een spiegel voor hem/haar en omgekeerd. Waarom zing en bid ik of de ander (niet) mee?

Graag roep ik jullie allen op om van harte en goed verstaanbaar mee te bidden en te zingen. Overtuigd en luid antwoorden is immers een teken van een grote betrokkenheid bij wat we samen vieren.

 

Stilletjes hoop ik dat het in onze vieringen ooit wordt zoals in de eerste paar honderd jaar van het christendom. Het ‘Amen’ van de christenen klonk toen zo luid dat het hele kerkgebouw daverde. Onze kerken kunnen daar heus wel tegen, hoor! En wat zou God het liefste horen: een onverstaanbaar, brabbelend en murmelend volk?  Of een volk dat naar zijn stem luistert en een verstaanbaar en overtuigd antwoord geeft op wat Hij ons te zeggen heeft?

 

Deken Jo