Weet je het al?

Categories: Nieuws

Weet je het al?

Beeld van roddelaarsters in Sindelfingen, Duitsland

Foto door Rebecca Kennison – Eigen werk, CC BY 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1541738

 

 

Rozegeur en maneschijn

Na de viering van de O.-L.-Vrouwmis werd ik aangesproken, omdat tijdens de homilie werd verwezen naar de bekering van de harten en daarmee werd uitgenodigd het roddelen te laten. De vrouw antwoordde mij: ‘Ik kom naar de viering en hoor graag mooie woorden, maar dat er over het roddelen wordt gesproken heb ik niet zo graag!’. Het leek mij alsof lieve honing zoete woorden, die als zachte roze tinten de viering wat opfleuren, goed waren. De woorden die dan concreet en te realistisch zijn, of op pijnpunten drukken, zouden moeten geweerd worden.

Het deed mij denken aan paus Franciscus die reeds verschillende keren reageerde tegen de huichelarij: ‘Katholieken moeten in hun daden laten zien wat zij van hun lippen laten horen’.

 

Counter-culture

De oude parochiegemeenschappen moeten zich dringend bekeren naar nieuwe parochies. In de nieuwe parochies mogen we proberen om een tegen-cultuur te creëren waarbij anderen kunnen zien dat we elkaar beminnen niet vanuit onszelf, maar vanuit Christus. In onze huidige maatschappij moet de liefde voor elkaar groter zijn dan onze tweedracht. Hoe kunnen we anders getuigenis afleggen van die unieke goddelijke liefde als gelovigen elkaar de loef afsteken, over elkaar roddelen, tweedracht zaaien. Als priesters niet collegiaal zijn, broederlijk verbondenheid missen, concurrenten worden van elkaar of wanneer er naijver is.

 

Engagement

Als gelovigen zijn we verplicht om een nieuwe houding aan te nemen tegenover elkaar: broers en zusters van elkaar omwille van Christus. Onze devotie en ons religieus liturgisch leven is vals als dit zich niet vertaalt in een concreet engagement in ons dagelijks doen. Niet roddelen hoort daar bij!

Het kan gebeuren dat men eens over iemand of iets kan klagen, teleurgesteld is of boos is. Maar roddelen of achterklap is volgens de Dikke Van Dale ‘opzettelijk slechte dingen van iemand vertellen’. Het is synoniem voor kwaadspreken: over iemand spreken in een ongunstige zin en vaak met onwaarheden en zonder dat de persoon aanwezig is. Zelfs als iemand aanwezig is, blijft het nog kwaadspreken.

 

Vermaning

In het Nieuwe Testament wordt 9 keer vermanend gesproken tegenover kwaadsprekers, zowel in de evangeliën, als in de Petrus-, Paulus- en Jacobusbrieven.

Weinig laten zich nog graag vermanen of terechtwijzen. Men gaat direct in verdediging, zelfrechtvaardiging, verontwaardiging of tegenstand wanneer iemand het toch doet. Men pikt het niet en verwijst naar bijbelcitaten als ‘oordeelt niet’ of ‘wees niet onverdraagzaam’! Echter, deze bijbelcitaten worden juist gebruikt om de vermaner de mond te snoeren. Men wil niet inzien dat de vermaning juist voortvloeit uit liefde: de waarheid moeten we liefhebben, oprechtheid tegenover de afwezig naaste en een kans tot groei in geloof.

 

Aansporen

Marc Verhoeven formuleert het zo: ‘Vermanen en terechtwijzen behoort bij de manier waarop christenen elkaar aansporen om op het rechte spoor (gedrag) te blijven en bij de leer die ons is overgeleverd (Judas 3). Het is geen uitvindsel van hedendaagse “farizeeën en schriftgeleerden” en andere kwaadwilligen. Het is in wezen een heilige opgelegde taak die in het Nieuwe Testament uitbundig geleerd en bevolen wordt.’

Ik spoor hierbij nogmaals alle gelovigen aan om het roddelen te laten. Trap niet in de val om de woorden van de roddelaar ‘gulzig in zich op te nemen als een lekkernij die de buik verzadigt’ (Spreuken 18:8). Wijs de broeder of zuster liefdevol terecht en dring uitdrukkelijk aan om te stoppen met roddelen, of wijs op het kwetsende karakter van de praat. Soms lukt dit wel… maar moeilijker bij echte roddeltantes m/v. Vermijd deze laatsten, want “een vals karakter zaait voortdurend tweedracht, een lasteraar drijft vrienden uit elkaar” (Spreuken 16:28)

Laat onze liefde voor elkaar het mooiste getuigenis brengen!

Geert Leenknegt

 

————————–
dit artikel werd gepubliceerd in Editie: 2172 – Kerk en Leven Lebbeke, Week: 24 (nummer van woensdag 14 juni 2017)
—————————-